Persbericht: Seismometernetwerk in de provincie Friesland
In het afgelopen jaar heeft het KNMI het noordelijke seismometernetwerk met een drietal locaties in Noordwest Friesland versterkt,
dit op initiatief van de Technische commissie bodembeweging (Tcbb). De seismometers zijn in boorgaten geplaatst tot op een diepte
van 120 meter met een onderling diepteverschil tussen de sensoren van 30 meter. De plaatsing op diepte is nodig om storende
bewegingen aan de oppervlakte van de aarde te vermijden, die veroorzaakt worden door weer en verkeer. Hierdoor is het mogelijk
met deze boorgatseismometers zwakkere aardbevingen te registreren dan met oppervlakte instrumenten.
Drie boorgatseismometers zijn geïnstalleerd en operationeel:
 |
Locatie bij Firdgum |
 |
Locatie bij Wijnaldum |
 |
Locatie bij Zweins |
Bij het KNMI kan hierover nadere informatie gevraagd worden via www.knmi.nl.
Wanneer trillingen zijn waargenomen kan dat ook bij het KNMI gemeld worden, hierbij zijn in ieder geval de datum, tijd en locatie
van de trillingen van belang om tot een nadere duiding van de waarnemingen te komen.
Van Meting naar Daling
Persbericht
Bij het winnen van delfstoffen is een belangrijk aspect de verwachte daling van de bodem en het bewaken van de toename van de
daling tijdens productie. De Technische Commissie voor Bodembeweging (Tcbb), ingesteld door de minister van Economische Zaken,
ondervindt dat er geen eensluidende opvatting bestaat ten aanzien van de methodiek voor het verwerken van relatieve hoogtemetingen
om bodemdaling door delfstofwinning eenduidig vast te stellen. Verschillen in visie op de problematiek en het hanteren van andere
uitgangspunten leiden tot verschillende uitkomsten voor de bodemdaling door delfstofwinning en een andere conclusie ten aanzien van
autonome daling. Met de bedoeling om meer duidelijkheid en eenheid te bereiken en een onafhankelijk advies te kunnen uitbrengen aan de
minister, heeft de Tcbb een werkgroep “Methodiek verwerking hoogtemeting” ingesteld. Deze heeft een voorlopig standpunt ingenomen en
dit in een rapport aan de Tcbb aangeboden onder de naam 'Van meting naar daling', dat beschikbaar is via de website www.tcbb.nl.
De Tcbb heeft over het rapport gesprekken gevoerd met de meest betrokkenen, en heeft daarna tot de volgende procedure besloten:
 |
Het rapport wordt gepubliceerd als 'groene versie'. |
 |
De Tcbb zal deskundigen rechtstreeks benaderen met het verzoek een reactie te leveren. Een ieder kan ook op eigen initiatief reageren. De reactie kan tot en met 31 januari 2009 worden gericht aan het Secretariaat van de Tcbb, Postbus 20101, 2500 EC Den Haag. |
 |
In april 2009 wordt een workshop georganiseerd over het onderwerp en de reacties. Deskundigen en betrokkenen dienen zich hiervoor op te geven bij het secretariaat van de Tcbb, eveneens uiterlijk 31 januari 2009 met vermelding of men actief wil deelnemen met een presentatie. |
 |
Op basis van het resultaat van de workshop publiceert de Tcbb medio 2009 zijn definitief standpunt en advies. |
Werkgroep “Methodiek verwerking hoogtemeting”
De Tcbb wordt er in haar functioneren mee geconfronteerd dat er geen eensluidende opvatting bestaat ten aanzien van de methodiek
voor het verwerken van hoogtemetingen om bodemdaling door delfstofwinning eenduidig vast te stellen. In de hoop op dit punt meer
eenheid te bereiken heeft de Tcbb een werkgroep ingesteld.
Taakomschrijving
De werkgroep wil de vraag beantwoorden: “Hoe stel je bodemdaling door delfstofwinning eenduidig vast”. Zij houdt zich daartoe bezig
met de verwerking van hoogtemetingen en betrekt daarbij in het bijzonder aspecten als de prekwalificatie van (primaire) meetpunten,
het omgaan met nadien toegevoegde (secondaire) meetpunten, het gebruikmaken van a priori informatie (constraints) en het benoemen van
ruis in de metingen.
Samenstelling
 |
Prof. dr. ir. F.B.J. Barends, lid Tcbb |
 |
Prof. dr. ir. J. Blaauwendraad, lid Tcbb |
 |
Ir. F. Kenselaar, Gemeentewerken Rotterdam |
 |
Prof. ir. C. Kenter, NTNU Trondheim en voormalig medewerker Shell |
 |
Prof. dr. R. Klees, TU Delft |
Mw. ir. M. Hounjet, Deltares, is secretaris van de werkgroep en prof. Blaauwendraad is voorzitter.
J.M. van Herk van Staatstoezicht op de mijnen (Sodm) is uitgenodigd de vergaderingen als waarnemer bij te wonen.
Contact
Werkwijze
De werkgroep heeft besloten drie bijeenkomsten te wijden aan gesprekken met direct betrokkenen. Dat zijn Sodm, ir. A. Houtenbos en NAM. In de eerste twee van deze ontmoetingen worden inhoudelijk deskundigen uitgenodigd om de wetenschappelijke hoofdkeuzes in hun methodiek uiteen te zetten; de derde bijeenkomst wordt toegespitst op de ervaring met subjectieve onderstellingen. In totaal zijn in 2008 vijf bijeenkomsten gorganiseerd:
 |
29 april, opstartvergadering, vaststellen van taakopvatting en werkwijze. |
 |
22 mei, presentatie door dr.ir. Antoine Duquesnoy van Sodm met discussie; evaluatie door de werkgroep. |
 |
10 juni, presentatie door ir. Adriaan Houtenbos met discussie; evaluatie door de werkgroep. |
 |
28 augustus, presentatie door dr. ir. Stefan Kampshoff van NAM met discussie; evaluatie door de werkgroep. |
 |
25 september, eindevaluatie, besluitvorming, vaststellen van het uit te brengen advies aan de Tcbb. |
De werkgroep staat open voor deskundige informatie of inbreng van derden. Daarvoor dient men contact op te nemen met de voorzitter, die besluit hoe daarmee wordt omgegaan.
In de maand oktober wordt het conceptadvies op schrift gesteld. Dit wordt voorgelegd aan de heren Duquesnoy, Houtenbos en Kampf om te beoordelen of de aangereikte informatie goed is weergegeven en begrepen. De werkgroep stelt daarna het conceptadvies vast en brengt dit uit aan de Tcbb. De Tcbb bespreekt het conceptadvies in haar vergadering van 13 november 2008 en stelt het vast. Aanbieding van het advies aan de minister van Economische Zaken wordt eind november 2008 voorzien.