kaart_delfstoffen2

Illustratie van de verwachte bodemdaling (en -stijging) voor het jaar 2050 ten opzichte van de situatie in 1964. In deze kaart zijn de effecten van natuurlijke geologische processen en de gevolgen van menselijke activiteit, zoals peilaanpassingen en aardgaswinning, bij elkaar opgeteld.
 
 

De bodem in Nederland bestaat uit diverse sedimenten, zoals klei, veen, zand, zandsteen en zout. In diepe lagen zandsteen komen soms olie en gas voor. Bij de winning daarvan worden die lagen samengedrukt en daardoor daalt de bodem. Ook bij de winning van zout uit diepe zoutlagen daalt de bodem. Deze bodemdaling treedt evenals bij gaswinning heel geleidelijk op, gespreid over een groot oppervlak. Met het oog is de daling niet te zien, maar ze is wel meetbaar en leidt, indien geen maatregelen worden genomen, tot een relatieve stijging van de grondwaterstand. Hierdoor zou schade aan gebouwen kunnen ontstaan. Om de effecten van bodemdaling te compenseren moet de grondwaterstand worden aangepast en moeten soms dijken, sluizen en gemalen worden aangelegd of verbeterd.